Lange Cycli
Nikolai Kondratiev (1892 – 1938) introduceerde in 1926 het concept van ‘lange economische cycli’. Een cyclus begint met technologische vernieuwing, genereert vervolgens groeiende welvaart en eindigt met stagnatie of zelfs terugval. Daarna start een nieuwe cyclus, vaak na een turbulente overgang. Zitten we nu in zo een transitie? Dan is het de vraag welke kernconcepten een rol kunnen spelen in de volgende cyclus.
Zoals zo vaak bij economische concepten zijn er vurige voorstanders en evenveel economen die het concept aanvechten. Dit is niet anders met Kondratiev’s denken in lange cycli. Niettegenstaande deze controverse gebruik ik het concept als inspiratiebron voor onderstaande beschouwingen.
Einde van een cyclus
Traditionele concepten van groei en productiviteitverbetering vertragen, wat de economie afremt. In belangrijke industriële sectoren zoals chemie en autobouw lijken de productieprocessen maximaal geoptimaliseerd, geautomatiseerd en uitbesteed naar lageloonlanden. De maximalisatie van ‘aandeelhouderswaarde’ wordt opgerekt door vast te houden aan de status quo.
De limieten zijn bereikt voor het in stukken knippen van een waarde-ketting en dáár te produceren waar het goedkoopst is om vervolgens goederen wereldwijd rond te voeren. Dat de logistiek sputtert ervaren we op verschillende manieren. Als een schip dwars ligt in het Suez kanaal of Houthi rebellen een schip kapen in de Golf van Aden vertragen (e-commerce) leveringen en worden duurder. Als er in India of China een epidemie woekert ontstaan hier tekorten aan basis geneesmiddelen wegens ginds aangeslagen voor eigen gebruik.
De laatste decennia zijn ganse groepen uit de armoede getild en andere verloren welvaart waardoor de ongelijkheid toeneemt. Vooral in China maar ook in India, Korea, Bangladesh en sommige Afrikaanse landen steeg het inkomen. In het Westen daarentegen werden grote gaten geslagen in de tewerkstelling en nam de ongelijkheid toe, matig bij ons, scherp in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.
Wereldwijd worden we geconfronteerd met onherstelbare teloorgang van biodiversiteit, milieuvervuiling door niet-afbreekbare stoffen en klimaatverstoring. Dat de draagkracht van de aarde in zicht is komt omdat het ‘systeem aarde’ niet bestand is tegen de huidige manier en schaal van grondstoffen delven en energie verbruiken om producten te maken die we dan nog eens vaak dumpen.
Vandaag wordt grote vernieuwing verwacht van nieuwe technologieën als elektrificatie met behulp van hernieuwbare energie en van Artificiële Intelligentie (AI). De wortels van deze laatste technologie werden beschreven in de jaren ’50 van vorige eeuw en een eerste golf rond de jaren ’80 monde uit in ‘expert’ technologieën die we al enkele jaren dagelijks gebruiken in zoekmachines en in sociale media. De recente sprong voorwaarts van de taalmodellen in bijvoorbeeld ChatGPT, Grok en DeepSeek maakt het mogelijk om met software nieuwe software te ontwikkelen en zo de heilige graal van Artificial General Intelligence (AGI) sneller dan verwacht dichterbij te brengen. Sommige technofiele ondernemers beloven nu al gouden tijden op basis van deze evoluties.
Geopolitieke blokken zoeken nieuwe evenwichten en dat maakt politiek onvoorspelbaar. In een reactie op de dalende economische prestaties, een gevoel van onveiligheid en stijgende binnenlandse ongelijkheid zien we aan beide kanten van de Atlantische Oceaan een ‘ruk naar rechts’ en horen we een ‘roep naar sterk leiderschap’. We kunnen de ‘ruk naar rechts’ ook interpreteren als een terugkeer naar oude recepten met nadruk op de eigen identiteit, minder solidariteit en bescherming achter hoge tariefmuren. Dat alles gebeurt in een wereld met oorlogen en conflicten voor uitbreiding van machtsinvloed en toegang tot grondstoffen, in real time te volgen in veel soorten media.
Zo beleven we op dit moment mogelijks de overgang van ‘traditioeel kapitalisme’ naar een nieuwe nog te benoemen en te boetseren ‘post-kapitalistische’ cyclus.
Volgende cyclus
Rond welke kernconcepten kunnen we onze toekomstige samenleving organiseren? Ik suggereer enkele mogelijkheden.
Overheden organiseren hun diensten op mensenmaat dicht bij de burgers, geleverd door mensen en houden de ongelijkheid binnen de perken. Dat vergt wederzijds vertrouwen tussen overheden en burgers.
We organiseren ons in een overzichtelijke regio, bijvoorbeeld Europa. Dat herstelt het gevoel van zekerheid op politiek, economisch en sociaal vlak. Binnen deze regio beslissen we via democratische processen hoe we innoveren en hier zelf grondstoffen verwerken tot herstelbare en recycleerbare producten en hoe we minder grondstoffen verbruiken en duurzame energie inzetten.
We stellen wetenschap, technologie en kapitaal in dienst van een ecologische samenleving. We sponseren dit door wereldwijd de juiste prijs te betalen voor de volledige kosten van goederen en diensten, dus ook voor externaliteiten. Wat dé juiste prijs is en hoe we die verrekenen evolueert in functie van wat we al doende leren over de gevolgen voor onze gezondheid, ons milieu, klimaat en de bio-wereld. De politieke gebeurtenissen van vandaag tonen aan dat er nog veel geopolitieke spanningen te overwinnen zijn om die wereldwijde solidariteit op te brengen.
We worden eigenaar van wat er met onze data gebeurt. We moeten met kennis van zaken stand houden in een infocratie die steeds sneller zal evolueren op basis van AGI technologieën. De Big Tech structuren van vandaag die onze gegevens commercialiseren moeten gereglementeerd worden en verantwoordelijk gehouden worden voor de inhoud die ze verspreiden. Initiatieven als Wikipedia, Signal en Bluesky tonen vandaag al aan dat platformen waarop eindgebruikers zelf hun data beheren mogelijk zijn.
We leiden een betaalbaar en menswaardig leven in een verouderende samenleving. In onze toekomstige samenleving komen we ‘jonge’ handen tekort om hier te produceren en voor ons te zorgen. Ons voorbereiden op een wereld waar één op de twee bewoners Aziaat en één op de drie Afrikaan is vraagt om een actieve migratiepolitiek.
Dergelijke concepten leiden naar een samenleving waar relaties tussen mensen onderling en met de natuur zeer belangrijk worden. Elke dag horen of lezen we over deze concepten. Elke dag heeft ieder van ons de kans om in deze richting mee te denken en te handelen en politici en bedrijven te steunen die hier aan werken.